Wat is de EU Circular Economy Act?
De EU Circular Economy Act is een nieuwe wet die in 2026 van kracht gaat in de EU. Het doel? Minder afval, meer hergebruik en een grotere markt voor gerecyclede materialen. Dit is onderdeel van de Europese Green Deal en bouwt voort op eerdere plannen zoals het Actieplan Circulaire Economie uit 2020.
Wat betekent dit voor jou?
- Producten gaan langer mee en zijn makkelijker te repareren.
- Je krijgt meer rechten, zoals het recht op reparatie en 12 maanden extra garantie na een reparatie.
- Transparantie over duurzaamheid via een Digitaal Productpaspoort.
- Fabrikanten moeten producten ontwerpen die eenvoudiger te recyclen zijn.
Belangrijke punten:
- Doelstelling: Het EU-circulariteitspercentage verdubbelen van 11,8% naar 24% in 2030.
- Nieuwe regels: Strengere eisen aan productontwerp, zoals repareerbaarheid en duurzaamheid.
- Extended Producer Responsibility (EPR): Producenten zijn verantwoordelijk voor inzameling en recycling van hun producten.
- Verbod op vernietigen: Grote bedrijven mogen vanaf 2026 geen onverkochte textiel en schoenen meer vernietigen.
Deze wet is een grote stap naar een circulaire economie, waarin grondstoffen optimaal worden benut en afval wordt geminimaliseerd.

EU Circular Economy Act 2026: Key Goals and Implementation Timeline
What Is the EU Circular Economy Act and Why Does It Matter for Ireland?
Hoofddoelen van de EU Circular Economy Act
De EU Circular Economy Act bouwt voort op de principes van de circulaire economie en streeft naar een eengemaakte markt voor secundaire grondstoffen. Het doel is om zowel de vraag naar als het aanbod van hoogwaardige gerecyclede materialen te vergroten. Dit alles met het oog op een hulpbronnenefficiënte, klimaatneutrale economie tegen 2050. Deze ambities vormen de basis voor maatregelen zoals strengere eisen aan productontwerp, de introductie van het Digital Product Passport en een versterkte producentenverantwoordelijkheid. Deze aspecten worden verderop besproken.
De Europese Commissie benadrukt hoe belangrijk deze overgang is:
"De overgang van de EU naar een circulaire economie is cruciaal voor het verminderen van de druk op natuurlijke hulpbronnen, het stoppen van biodiversiteitsverlies, het bereiken van klimaatneutraliteit tegen 2050 en het bouwen van een veerkrachtiger en competitiever Europa."
Afval verminderen en recycling verbeteren
Een belangrijk speerpunt van de wet is het terugdringen van afvalproductie. Dit wordt bereikt door strengere eisen aan productontwerp. Fabrikanten worden verplicht om producten te ontwerpen die langer meegaan, eenvoudiger te repareren zijn en beter gerecycled kunnen worden. Deze aanpak moet leiden tot hogere recyclingpercentages in diverse sectoren en een aanzienlijke vermindering van restafval.
Ondersteuning van circulaire bedrijfsmodellen
Naast afvalreductie stimuleert de wet ook nieuwe bedrijfsmodellen. Denk bijvoorbeeld aan Product-as-a-Service, waarbij bedrijven producten niet verkopen, maar als dienst aanbieden. Door de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (EPR) wordt de verantwoordelijkheid voor de levenscyclus van producten verschoven naar de producenten. Dit moedigt investeringen in duurzaamheid aan, zoals terugnameprogramma's en het opknappen van producten. Bovendien vereenvoudigt de wet de grensoverschrijdende handel in gerecyclede materialen, wat kosten verlaagt en circulaire innovaties bevordert.
Uniforme standaarden binnen de EU
De harmonisatie van nationale regelgeving, zoals met de Verpakkingsverordening, vermindert de administratieve lasten voor bedrijven die in meerdere EU-lidstaten actief zijn. Daarnaast zorgen uniforme "end-of-waste"-criteria ervoor dat duidelijk is wanneer afval als een verhandelbaar product kan worden beschouwd . Dit versterkt de interne markt en maakt de handel in secundaire grondstoffen eenvoudiger en toegankelijker.
Veranderingen in productontwerp en productie
De EU Circular Economy Act zet fabrikanten onder druk om hun producten vanaf het allereerste ontwerpproces anders aan te pakken. Tot wel 80% van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase. Daarom legt de wet strikte eisen op aan hoe producten worden ontworpen, geproduceerd en uiteindelijk gedemonteerd. Producten die snel kapotgaan of niet te repareren zijn, mogen simpelweg niet meer op de markt komen. Fabrikanten moeten voortaan duurzaamheid, repareerbaarheid en hergebruik als uitgangspunt nemen in hun ontwerp. Dit maakt het ontwerp- en productieproces een cruciale schakel in het verduurzamen van producten.
Eisen voor repareerbaarheid, herbruikbaarheid en duurzaamheid
De nieuwe ontwerpeisen vormen de basis voor de specifieke normen rondom repareerbaarheid en duurzaamheid. Fabrikanten moeten producten ontwikkelen die voldoen aan meetbare standaarden, zoals levensduur, storingsgevoeligheid en weerstand tegen veroudering.
Daarnaast verbiedt de wet praktijken die reparaties bemoeilijken, zoals "parts pairing". Hierbij voorkomt software dat consumenten of onafhankelijke reparateurs onderdelen kunnen vervangen. Fabrikanten worden verplicht om reparatiehandleidingen en toegang tot benodigde hardware en software te bieden. Voor bepaalde producten geldt zelfs een verplichting om reparaties aan te bieden na het verlopen van de standaard garantieperiode.
Om reparaties aantrekkelijker te maken, krijgen consumenten die kiezen voor reparatie in plaats van vervanging 12 maanden extra garantie. Hierdoor wordt de standaard garantieperiode verlengd van twee naar drie jaar. Dit financiële voordeel moedigt consumenten aan om producten langer te gebruiken.
Modulair ontwerp en demontagestandaarden
Producten moeten zo worden ontworpen dat ze eenvoudig en zonder schade kunnen worden gedemonteerd en weer in elkaar gezet. Dit maakt niet alleen reparaties eenvoudiger, maar zorgt er ook voor dat waardevolle materialen aan het einde van de levenscyclus kunnen worden herwonnen.
Fabrikanten moeten gebruikmaken van gestandaardiseerde onderdelen en materiaalcoderingen. Hierdoor kunnen onderdelen snel worden geïdentificeerd en vervangen. Denk bijvoorbeeld aan batterijen die met standaardgereedschap kunnen worden verwijderd, of meubels waarvan losse modules vervangen kunnen worden zonder het hele product weg te gooien.
Verder vereist de wet dat fabrikanten technische documentatie, zoals ontwerpschetsen en schema's van subassemblages, beschikbaar stellen. Dit maakt het mogelijk voor derden om producten te onderhouden en doorbreekt het monopolie dat veel fabrikanten jarenlang hadden op reparaties en reserveonderdelen.
Het Digitaal Productpaspoort (DPP)
De EU Circular Economy Act introduceert naast strengere ontwerpeisen ook het Digitaal Productpaspoort (DPP). Dit systeem volgt een product gedurende zijn gehele levenscyclus, van grondstof tot recycling. Het DPP is een kernonderdeel van de Ecodesign for Sustainable Products Regulation (ESPR) en speelt een cruciale rol in het verhogen van transparantie en traceerbaarheid in lijn met de nieuwe standaarden voor duurzaam productontwerp.
Wat is het Digitaal Productpaspoort?
Het Digitaal Productpaspoort is ontworpen om de veranderingen in productontwerp te ondersteunen en biedt een gedetailleerde registratie van een product gedurende zijn hele levenscyclus. Door een QR-code, RFID-tag of NFC-chip te scannen, krijgen gebruikers toegang tot een netwerk met productinformatie.
- Voor consumenten: Basisinformatie zoals duurzaamheid en recyclingopties.
- Voor geautoriseerde gebruikers: Gedetailleerde technische en commerciële gegevens, zoals CO₂-voetafdruk, materiaalsamenstelling en repareerbaarheid.
Deze transparantie maakt claims controleerbaar en helpt greenwashing tegen te gaan. Bovendien wordt de data aangeleverd in machine-leesbare formaten (zoals JSON of XML) om de interoperabiliteit binnen de EU te waarborgen.
Interessant is dat consumenten gemiddeld 9,7% meer willen betalen voor producten waarvan de duurzaamheidsinformatie geverifieerd is. Dit maakt het DPP niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een kans voor bedrijven om zich te onderscheiden met transparantie.
Startdatum en eerste sectoren
Het eerste verplichte DPP, het Battery Passport, gaat in op 18 februari 2027. Het richt zich op industriële batterijen en accu's voor elektrische voertuigen met een capaciteit van meer dan 2 kWh. Dit dient als proefproject voor andere sectoren. Voor de textielindustrie wordt een gedelegeerde verordening verwacht in januari 2026, met een verplichte invoering van het DPP rond juli 2027.
Bedrijven hebben doorgaans 12 tot 18 maanden nodig om de benodigde infrastructuur op te zetten, waarbij de beschikbaarheid van data van externe leveranciers een uitdaging blijft. Deze implementatie is een belangrijke stap in de overgang naar een circulaire en duurzame economie.
| Productcategorie | Verwachte invoering DPP | Belangrijkste datafocus |
|---|---|---|
| Batterijen | Februari 2027 | Materiaalherkomst (lithium, kobalt), CO₂-voetafdruk, gerecycled materiaal |
| Textiel & schoenen | Medio/eind 2027 | Materiaalsamenstelling, traceerbaarheid toeleveringsketen, recycleerbaarheid |
| IJzer & staal | 2027–2028 | Energieverbruik, emissies, gerecycled materiaal |
| Elektronica | 2027–2028 | Repareerbaarheidsscore, gerecycled materiaal, demontage-instructies |
| Aluminium | 2028 | Gerecycled materiaal en CO₂-voetafdruk productie |
sbb-itb-343ebd0
Extended Producer Responsibility (EPR)
Met de EU Circular Economy Act wordt de verantwoordelijkheid voor afvalbeheer en recycling volledig verschoven naar producenten, importeurs en merkeigenaren. Dit principe staat bekend als Extended Producer Responsibility (EPR). Het houdt in dat bedrijven niet alleen verantwoordelijk zijn voor hun producten tijdens de verkoop, maar ook nadat consumenten ze hebben weggegooid.
"Het doel van 'Extended Producer Responsibility' (EPR) is om productketens circulairder te maken." - Afval Circulair
In plaats van dat gemeenten deze kosten dragen, moeten bedrijven nu zelf zorgen voor inzamelpunten, afvalverwerking en recycling. In Nederland is EPR al van toepassing op autobanden, batterijen, elektronica, textiel, verpakkingen en wegwerpplastics. De aankomende Circular Economy Act, die naar verwachting in 2026 van kracht wordt, zal deze regels verder harmoniseren binnen de EU.
Wat bedrijven moeten regelen onder EPR
De invoering van EPR betekent dat bedrijven aan strikte eisen moeten voldoen. Binnen zes weken na de invoering moeten producenten zich registreren en een inzamel- en verwerkingsnetwerk opzetten. Dit omvat onder meer inleverpunten in winkels en, voor buitenlandse webwinkels, het aanstellen van een gemachtigde vertegenwoordiger in Nederland.
Inzamelpunten moeten gratis en altijd toegankelijk zijn voor consumenten. Dit kan via inzamelbakken, inleverpunten in winkels of andere terugnamediensten. Daarnaast gelden er ambitieuze recyclingdoelstellingen die per sector verschillen. Voor textiel moeten bedrijven bijvoorbeeld zorgen dat in 2025 minstens 50% van het verkochte gewicht wordt hergebruikt of gerecycled, oplopend naar 75% in 2030. Bovendien moet in 2025 minimaal 25% van de gerecyclede textielvezels worden gebruikt voor nieuwe producten, wat in 2030 stijgt naar 33%.
| Jaar | Textiel hergebruik & recycling doel | Specifieke subdoelen |
|---|---|---|
| 2025 | 50% | Minimaal 20% hergebruik; 25% vezel-tot-vezel recycling |
| 2030 | 75% | Minimaal 25% hergebruik; 33% vezel-tot-vezel recycling |
Daarnaast moeten bedrijven jaarlijks rapporteren over hun verkoopvolumes en de hoeveelheden afval die zijn ingezameld, hergebruikt en gerecycled. Dit vraagt om gedetailleerde datasystemen om materiaalgewichten en -samenstellingen nauwkeurig bij te houden.
Financiële en operationele impact voor bedrijven
EPR brengt niet alleen nieuwe verantwoordelijkheden met zich mee, maar ook extra kosten en operationele veranderingen. Bedrijven betalen een bijdrage aan producentenorganisaties (PRO's) op basis van het volume en type producten dat zij op de markt brengen. Deze bijdragen financieren de infrastructuur voor inzameling en verwerking. In sectoren waar een Algemeen Verbindend Verklaard convenant (AVV) geldt, zijn deze kosten verplicht voor alle producenten, om oneerlijke concurrentie te voorkomen.
Om aan de eisen te voldoen, moeten bedrijven praktische aanpassingen doorvoeren. Denk aan het reserveren van ruimte in winkels voor innamepunten, het organiseren van logistiek voor afvaltransport en het opzetten van administratieve systemen voor compliance en rapportage. Voor veel bedrijven is deelname aan een PRO een efficiëntere oplossing dan het zelfstandig beheren van alle verplichtingen.
Bedrijven die niet voldoen aan de EPR-doelstellingen riskeren hoge boetes van toezichthouders. Bovendien moedigt EPR bedrijven aan om producten te ontwerpen die eenvoudiger te repareren of recyclen zijn. Dit wordt extra gestimuleerd door mogelijke "eco-gemoduleerde" tarieven in de toekomst, waarbij duurzamere producten lagere kosten met zich meebrengen.
Gevolgen voor verschillende sectoren
Nu we de wet- en productvereisten hebben besproken, is het tijd om te bekijken hoe verschillende sectoren hiermee in de praktijk te maken krijgen. De EU Circular Economy Act raakt sectoren op uiteenlopende manieren. Sommige industrieën staan voor ingrijpende veranderingen in de manier waarop ze producten ontwerpen, produceren en verwerken. De focus ligt vooral op sectoren met een grote impact op het milieu.
Elektronica en textiel
De elektronica-industrie krijgt te maken met strengere regels voor het terugwinnen van kritieke grondstoffen uit elektronisch afval. Fabrikanten worden verplicht om hun ontwerpen zodanig aan te passen dat waardevolle onderdelen eenvoudig te demonteren en recyclen zijn. Richtlijnen zoals de herziene WEEE-richtlijn en de "Right to Repair"-richtlijn leggen nadruk op producten die langer meegaan en eenvoudiger te repareren zijn.
Voor de textielsector is de uitdaging nog groter. Textielgebruik is de vierde grootste oorzaak van milieuvervuiling en klimaatverandering binnen de Europese Unie. Vanaf april 2028 moeten alle EU-lidstaten nationale EPR-systemen (Extended Producer Responsibility) hebben ingevoerd voor textiel en schoeisel. Daarnaast geldt er vanaf 19 juli 2026 een verbod op het vernietigen van onverkochte consumententextiel en schoeisel voor grote bedrijven. Kleinere bedrijven krijgen tot 2029 om aan specifieke EPR-eisen te voldoen.
Beide sectoren staan centraal bij de invoering van het Digital Product Passport (DPP). Dit systeem houdt gegevens bij over de materiaalsamenstelling en milieueffecten van producten gedurende hun hele levenscyclus. Naast elektronica en textiel worden ook andere sectoren geconfronteerd met unieke aanpassingen.
Bouw en meubels
De bouw- en meubelindustrie staan voor andere uitdagingen. Beide sectoren maken deel uit van het eerste ESPR-werkplan (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) dat in april 2025 van kracht wordt, met speciale aandacht voor materialen zoals ijzer, staal en aluminium in de bouwsector. Ook hier wordt het Digital Product Passport verplicht gesteld om de materiaalsamenstelling, milieuprestaties en levenscyclusgegevens vast te leggen.
In de bouwsector wordt het gebruik van gerecyclede materialen, met name voor ijzer, staal en aluminium, verplicht gesteld. Dit moet een structurele verschuiving naar recycling bevorderen. Voor meubelfabrikanten ligt de focus op modulariteit en eenvoudige demontage, zodat reparatie en hoogwaardige recycling mogelijk worden.
"The upcoming Circular Economy Act (CEA) is expected to steer companies away from a linear 'take-make-waste' economy." - Grant Thornton
Het register voor het Digital Product Passport zal naar verwachting operationeel zijn op 19 juli 2026. Dit betekent dat bedrijven nu al gedetailleerde materiaalgegevens moeten verzamelen om te voldoen aan de transparantie-eisen. Deze aanpassingen in de bouw- en meubelindustrie laten zien hoe breed de impact van de wet is op verschillende sectoren.
Hoe Retoertje.nl de EU Circular Economy Act ondersteunt

Retoertje.nl geeft retour- en overstockproducten een tweede kans, volledig in lijn met de afvalhiërarchie, waarin hergebruik de hoogste prioriteit heeft. Deze aanpak wordt nog belangrijker met de komst van nieuwe regelgeving.
Vanaf 19 juli 2026 wordt het vernietigen van onverkochte textiel- en schoenproducten verboden. Retoertje.nl speelt hierop in door een marktplaats te bieden voor deze producten. Dit voorkomt verspilling en draagt bij aan het ambitieuze doel om de circulariteitsgraad te verhogen van 11,8% naar 24% in 2030.
"In a circular economy, products and materials are kept in circulation for as long as possible, and waste and resource use are minimised." - Europese Commissie
Door onverkochte voorraden een nieuw leven te geven, helpt het platform de druk op natuurlijke hulpbronnen te verminderen. Het winnen en verwerken van grondstoffen is verantwoordelijk voor 90% van het biodiversiteitsverlies. Door te voldoen aan strengere eisen op het gebied van productduurzaamheid en Extended Producer Responsibility (EPR), draagt Retoertje.nl actief bij aan de overgang naar een circulaire economie. Het platform ondersteunt bedrijven bij hun EPR-verplichtingen door een secundaire markt te creëren, wat de vraag naar nieuwe grondstoffen verlaagt.
Voor consumenten biedt dit een dubbele winst: toegang tot kwalitatief goede producten tegen lagere prijzen én de kans om bij te dragen aan een duurzamere wereld. Dit samenspel is een belangrijke pijler voor het succes van de EU Circular Economy Act.
Wat dit voor jou betekent
De EU Circular Economy Act brengt tastbare voordelen met zich mee voor jou als consument, dankzij de nieuwe ontwerpeisen en het Digital Product Passport. Je krijgt toegang tot producten die langer meegaan, makkelijker te repareren zijn en meer transparantie bieden over hun herkomst. Met het recht op reparatie kun je apparaten zoals smartphones en wasmachines ook na de standaard tweejarige garantie laten herstellen. Kies je voor reparatie, dan krijg je bovendien 12 maanden extra garantie, wat neerkomt op een totale bescherming van drie jaar.
Door producten langer te gebruiken, wordt de druk op natuurlijke hulpbronnen verminderd en wordt biodiversiteitsverlies beperkt. Dit sluit aan bij de ambitie van de EU om het aandeel gerecycled materiaal tegen 2030 te verdubbelen.
Naast de voordelen voor het milieu worden ook de economische aspecten verbeterd. Zo worden bedrijven verplicht om redelijke prijzen te hanteren voor onderdelen en gereedschap, zodat reparaties betaalbaar blijven. Het Digital Product Passport biedt je daarnaast waardevolle informatie over de materiaalsamenstelling en repareerbaarheid van producten nog vóór je tot aankoop overgaat . Vanaf 19 juli 2026 mogen grote bedrijven bovendien geen onverkochte textiel, leer en schoenen meer vernietigen. Dit zorgt voor een groter aanbod van kwalitatieve producten op de tweedehandsmarkt.
Ook speelt Retoertje.nl een belangrijke rol in het hergebruik van producten. Door retour- en overstockproducten een tweede leven te geven, wordt verspilling voorkomen en krijg jij de kans om bijna nieuwe artikelen te kopen tegen aantrekkelijke prijzen. Met jouw keuze voor hergebruik draag je direct bij aan een circulaire economie. Deze voordelen laten zien hoe de EU Circular Economy Act jouw dagelijkse keuzes positief beïnvloedt.
"Consumers will be provided with more durable and innovative products that will increase the quality of life and save them money in the long term." - Europees Parlement
FAQs
Wat is het Digitaal Productpaspoort (DPP)?
Het Digitaal Productpaspoort (DPP) is een digitale bron die essentiële informatie over een product verzamelt en beschikbaar maakt gedurende de hele levenscyclus van dat product. Denk hierbij aan gegevens zoals de samenstelling, de herkomst van grondstoffen, details over het productieproces, en instructies voor reparatie en recycling. Deze informatie is toegankelijk via een unieke code, zoals een QR-code, waardoor consumenten, bedrijven en overheden eenvoudig toegang hebben tot belangrijke productinformatie, inclusief de duurzaamheid ervan.
Het doel van het DPP is om transparantie te vergroten en de overgang naar een circulaire economie te ondersteunen. Door inzicht te geven in de herkomst en milieu-impact van producten, moedigt het hergebruik, reparatie en recycling aan. Vanaf 2024 wordt het voor bijna alle producten in de EU verplicht om een DPP te hebben, met als doel de toeleveringsketens duurzamer te maken en afval te verminderen.
Wat betekent de EU Circular Economy Act voor mij als consument?
De EU Circular Economy Act maakt het eenvoudiger en aantrekkelijker om producten te laten repareren. Vanaf 2026 zijn fabrikanten en verkopers verplicht eerst te kijken naar reparatie voordat ze een vervangend product mogen aanbieden. Dit betekent dat reparaties toegankelijker worden en vaak minder kosten, wat niet alleen goed is voor je portemonnee, maar ook helpt om afval te verminderen en bewuster te consumeren.
Een ander belangrijk punt is dat de garantie op reparaties wordt uitgebreid. Zelfs na de standaard wettelijke garantie van twee jaar blijven fabrikanten verplicht om reparaties aan te bieden. Dit geeft jou als consument meer zekerheid wanneer je apparaten zoals smartphones, wasmachines of andere elektronica wilt laten herstellen. Bovendien komt er meer duidelijkheid over de beschikbare reparatiemogelijkheden, zodat je gemakkelijker kunt kiezen voor reparatie in plaats van vervanging.
Deze wetgeving is een stap vooruit naar een duurzamere toekomst, waarin afval wordt teruggedrongen en hergebruik centraal staat.
Wat gebeurt er als bedrijven niet voldoen aan de EPR-regels?
Bedrijven die zich niet houden aan de EPR-regels (Extended Producer Responsibility) lopen het risico op flinke gevolgen. Dit kan variëren van boetes en juridische stappen tot aanzienlijke schade aan hun reputatie. In extreme gevallen kan het zelfs resulteren in beperkingen voor hun bedrijfsvoering of het verlies van toegang tot specifieke markten.
Het naleven van deze regels is niet alleen een wettelijke verplichting, maar ook een kans om bij te dragen aan een duurzamere economie. Door de verantwoordelijkheden serieus te nemen, kunnen bedrijven problemen op de lange termijn vermijden en hun positie in de markt versterken.





