Sluiten

Categorieën

Filters
    Lucie - Vrijdag 30 Oktober 2026

    Groene certificering voor retourbouw: overzicht

    Een retourpartij is niet vanzelf duurzaam. Ik controleer eerst welk product je krijgt, wat de staat is en waarvoor je het wilt gebruiken. Daarna kijk ik naar het technische bewijs, de milieuclaim en eventuele projectpunten: dat zijn 3 aparte vragen.

    In dit overzicht vergelijk ik 7 systemen. Geen ervan bewijst alles.

    Kort vergeleken

    SysteemWat toont het aan?Wat bewijst het niet?
    KOMOTechnische eisen binnen het certificaatDe huidige staat van de retourpartij
    KOMO BRL 7010Massa-aandeel gerecyclede of hernieuwbare grondstoffenVeiligheid of totale duurzaamheid
    CE en prestatieverklaringVerklaarde prestaties voor het beoogde gebruikHergebruik of gerecyclede inhoud
    EPD volgens EN 15804Milieueffecten op basis van een levenscyclusanalyseTechnische geschiktheid
    BREEAM-NLProjectscore volgens schema en creditsCertificering van een losse partij
    LEEDProjectscore volgens versie en creditsAutomatische punten voor retourmateriaal
    Nationale MilieudatabaseRekendata voor Nederlandse milieuberekeningenProductkwaliteit of conditie

    Mijn uitgangspunt: <u>koppel elk bewijsstuk aan de juiste partij en toepassing</u>. Ik houd ongebruikt overschot, hergebruik en gerecyclede inhoud apart. Met één partijdossier leg ik herkomst, batch, opslag, inspecties en bestemming vast. Voor BREEAM-NL of LEED laat ik vóór aankoop toetsen welk bewijs meetelt; bij CE controleer ik ook de toepasselijke overgangsregels.

    Groene certificering voor retourbouw: welk bewijs heb je nodig?

    Groene certificering voor retourbouw: welk bewijs heb je nodig?

    Recycling Process & Recycled Plastics Certifications Q&A Video

    1. KOMO-productcertificering

    Bij KOMO controleer je eerst het certificaat en het toepassingsgebied. Een KOMO-productcertificaat geldt voor één specifiek product van één specifieke certificaathouder, binnen vastgelegde gebruikstoepassingen. Controleer daarom per partij het certificaatnummer, de actuele geldigheid, de BRL-versie en de toepassingsvoorwaarden. Alleen een KOMO-logo op de verpakking is niet genoeg.

    Voor recyclinggranulaten geldt BRL 2506-1 (bij KOMO ook BRL 2506-01). Ga na of het type granulaat, de korrelmaat en de toepassing binnen het certificaat vallen. Een certificaat voor wegenbouw bewijst bijvoorbeeld niet dat het materiaal geschikt is als betontoeslagmateriaal. De milieuhygiënische eisen staan in deel 2; deel 1 dekt deze niet volledig af.

    Vervolgens moet je kunnen aantonen dat de retourpartij bij het certificaat hoort. Koppel de partij aan de leverbon, productaanduiding, het batchnummer, de productiedatum en de hoeveelheid. Bewaar ook inspectie-, test-, opslag- en transportgegevens en eventuele schaderapporten. Daarmee moet de partij te herleiden zijn tot het gecertificeerde product. Registreer de retourpartij apart, maar behoud de koppeling met de oorspronkelijke batch.

    Ontbreekt die koppeling? Houd de partij dan apart. Vraag de leverancier of certificerende instelling of de identiteit kan worden hersteld. Behandel de partij tot die tijd als ongecertificeerd. Laat zo nodig de korrelverdeling, samenstelling en verontreinigingen onderzoeken volgens de toepasselijke BRL, productnorm en certificaatvoorwaarden.

    2. KOMO BRL 7010-inhoudsverklaringen

    Na de technische certificering volgt de vraag hoeveel gerecycled of hernieuwbaar materiaal er daadwerkelijk in het product zit. De BRL 7010-inhoudsverklaring is een addendum bij het KOMO-productcertificaat. Ze bewijst alleen de inhoud, niet de technische prestaties of veiligheid. Controleer of het document zowel de productgerichte BRL als BRL 7010 noemt en of de retourpartij binnen het certificaat herkenbaar is.

    Het percentage geeft een massa-aandeel aan: geen volumepercentage en ook geen milieubesparing. Lees het percentage daarom samen met de inhoudsklasse en tolerantie. Alleen een klasse zegt te weinig. Bij toelating beoordeelt de certificerende instelling het opgegeven aandeel. Daarna controleert ze periodiek of het product binnen de vastgestelde klasse blijft.

    De onderbouwing bestaat uit recepturen en inkoop-, productie- en leveranciersgegevens. De retourpartij moet te herleiden zijn tot de productie waarop de verklaring is gebaseerd. Bij gerecyclede grondstoffen moet bovendien aantoonbaar zijn dat ze fysiek in het product zijn verwerkt. Alleen administratieve toerekening via massabalans telt niet. Vraag voor de retourpartij naar die koppeling. Een algemene duurzaamheidsclaim van de fabrikant is niet genoeg.

    Is de partij gewijzigd? Laat de certificaathouder of certificerende instelling dan bevestigen of het percentage nog geldt. Zo kun je nagaan of de retourpartij nog onder dezelfde inhoudsverklaring valt.

    BRL 7010 bewijst geen herkomst en geen circulariteit. Controleer de herkomst en verwerking met passende leveranciers- of ketendocumentatie. Voor milieueffecten gebruik je een EPD of LCA. Om circulariteit te beoordelen, moet je daarnaast kijken naar levensduur, onderhoud, demontage en scheidbaarheid. BRL 7010 controleert dus de inhoud, maar geeft geen eindbeoordeling van duurzaamheid.

    3. CE-markering en prestatieverklaringen

    Na inhoudsverklaringen gaat het hier om de prestatieclaims per product en beoogd gebruik. Bij retourpartijen draait de controle om identiteit, staat en toepassingsgebied. Bekijk in de prestatieverklaring (Declaration of Performance, DoP) het producttype, het beoogde gebruik, de norm/ETA en de verklaarde prestaties. CE bewijst geen gerecyclede inhoud, hergebruik, lage CO₂-uitstoot of circulariteit.

    Ga na of fabrikant, producttype, verpakking en batch- of serienummer overeenkomen met het etiket en de DoP. Is het product opnieuw verpakt? Controleer dan of de productidentiteit behouden is en de verpakking intact is. Kijk ook naar schade, vocht, ontbrekende onderdelen en vermenging van batches. Een CE-logo op de verpakking is niet genoeg: product en DoP moeten aantoonbaar bij elkaar horen.

    Na reparatie, wijziging of vermenging vervallen de oorspronkelijke prestatieclaims niet automatisch. Ze gelden alleen niet zonder meer voor de nieuwe situatie. Laat bij constructief of veiligheidskritisch gebruik beoordelen of de verklaring de toepassing nog ondersteunt. Bewaar etiketfoto’s, de verklaring en inspectieresultaten samen in het dossier. Voor nieuwe of gemodificeerde partijen blijft de verklaring die op de betreffende datum geldt bepalend.

    Verordening (EU) 2024/3110 voert de DoPC (prestatie- en conformiteitsverklaring) in. Daarbij gelden uitgebreidere eisen voor prestatie-, conformiteits- en veiligheidsinformatie en voor milieu- en klimaatgegevens. Controle per retourbatch en marktintroductiedatum wordt daarmee extra belangrijk. Bekijk de toepasselijke technische specificatie en overgangsbepalingen, zodat je per product en datum het juiste document gebruikt.

    4. EPD’s volgens EN 15804

    CE en DoP leggen de technische prestaties vast. Een EPD beschrijft de milieukant van dezelfde partij. Bij retourpartijen laat deze verklaring de milieueffecten van een productvariant zien op basis van een LCA. Controleer de programma-operator, verificateur, geldigheidsdatum, normversie en PCR. Die bepalen hoe de gegevens zijn berekend en gecontroleerd.

    Let op de eenheid waarop de EPD is gebaseerd. Een gedeclareerde eenheid vermeldt alleen de hoeveelheid. Een functionele eenheid koppelt die hoeveelheid aan een prestatie over een bepaalde periode. Vergelijk gegevens alleen als eenheid, prestatie, toepassing en levensduur gelijk zijn. Zo zijn 1 kg en 1 m³ niet rechtstreeks vergelijkbaar.

    Controleer ook welke levenscyclusmodules de EPD bevat. A1–A3 gaan over grondstoffen, transport en productie; A4–A5 over bouwplaatstransport en installatie. Module B behandelt gebruik, onderhoud, reparatie en vervanging. C1–C4 gaan over sloop, transport, afvalverwerking en verwijdering. Module D beschrijft effecten buiten de systeemgrens. Alleen A1–A3 geeft geen volledig levenscyclusbeeld.

    Ga na of de fabrikant, productvariant, samenstelling, dikte en afwerking onder de EPD vallen. Een familie-EPD kan gemiddelde gegevens bevatten. Die is alleen bruikbaar als de partij exact te herleiden is tot de gedekte productvariant, samenstelling en productielocatie. Kun je die koppeling niet betrouwbaar maken? Gebruik de verklaring dan niet als productspecifiek bewijs. Bewaar de EPD bij de partijreferentie en leveranciersbevestiging. Voor opname in de NMD gelden aanvullende invoereisen. Pas daarna komt aan bod hoe deze gegevens meetellen in de projectbeoordeling en milieuberekening.

    Een EPD ondersteunt milieubewijs, maar bewijst op zichzelf geen productidentiteit, veiligheid of hergebruik. Ook staat het percentage gerecyclede inhoud er niet altijd in. Vraag daarvoor een materiaalverklaring, massabalans of batchgegevens op. Module D bewijst niet dat een concrete retourpartij daadwerkelijk is hergebruikt.

    5. BREEAM-NL

    Na product- en milieudata draait het nu om de projectscore. BREEAM-NL beoordeelt projecten, niet losse retourproducten. Een retourpartij krijgt dus zelf geen BREEAM-NL-certificering. De toepassing ervan kan wel bijdragen aan credits voor materialen, hergebruik, circulariteit, afval of milieuprestaties. Daarvoor telt projectbewijs, niet alleen een claim van de leverancier.

    Leg vóór de inkoop het schema, de handleidingversie en de beoogde credit vast. Laat de bevoegde BREEAM-NL-assessor vooraf schriftelijk bevestigen welke bewijsstukken nodig zijn. Een leveranciersclaim telt pas mee als de assessor die accepteert.

    Registreer vervolgens per partij de gevraagde bewijsstukken in het projectdossier. Koppel facturen en leveringsbewijzen aan de materiaalstaat. Leg tijdens de uitvoering ook de inbouwlocatie, de werkelijk toegepaste hoeveelheid en de installatiedatum vast. Daarmee kan de assessor toetsen of de feitelijke toepassing aan de credit voldoet.

    Retour, hergebruik en gerecyclede inhoud zijn niet hetzelfde. Een ongebruikt retourproduct telt niet automatisch als hergebruik of gerecyclede inhoud. Gegevens van Retoertje.nl kunnen het projectdossier ondersteunen, zolang ze herleidbaar zijn en de assessor ze accepteert.

    6. LEED

    Net als BREEAM-NL beoordeelt LEED projecten. Een retour- of restpartij levert alleen punten op binnen een specifieke credit en versie, volgens de bijbehorende bewijsregels.

    Controleer daarom vooraf de creditvoorwaarden. Mogelijke routes zijn hergebruik, materiaalselectie en -inkoop, lagere materiaalgebonden CO₂ en emissiearme materialen. LEED v5 kent onder meer het kader Building Product Selection and Procurement. Een EPD of fabrikantenverklaring moet voldoen aan de betreffende LEED-credit. Hiervoor heb je een partijdossier nodig waarmee je de materiaalstroom kunt herleiden.

    Leg per partij de fabrikant, het type, het batchnummer, de samenstelling, de hoeveelheid, de staat en eventuele reparaties vast. Bewaar bij hergebruik bewijs van de vorige toepassing en de herleidbaarheid. Koppel deze gegevens aan de factuur, levering, installatie en beoogde credit.

    LEED v4.1 telt hergebruikte materialen niet tegelijk als gerecyclede inhoud. Vraag voor gerecyclede inhoud een fabrikantenverklaring op met aparte massapercentages voor post-consumer en pre-consumer materiaal. Zo voorkom je dubbeltelling in de LEED-score.

    Ingekochte retourvoorraad telt niet automatisch als vermeden bouw- of sloopafval. Laat het LEED-team daarom vooraf de afvalclaim en rekenbasis controleren.

    7. Nederlandse Milieudatabase

    EPD’s geven productdata. De NMD helpt die gegevens te vertalen naar de impact van retourpartijen op projectniveau. De Nationale Milieudatabase (NMD) levert rekendata, geen productcertificaat. Deze data worden gebruikt voor milieuprestatieberekeningen van gebouwen en infrastructuur. Een NMD-kaart bewijst op zichzelf dus niet dat een retourpartij duurzaam of geschikt is. De MPG voor gebouwen wordt uitgedrukt in €/m² bruto vloeroppervlakte per jaar.

    Controleer of de gekozen kaart aansluit op de samenstelling, toepassing, rekeneenheid en restlevensduur van de partij. Kijk ook welke levenscyclusfasen zijn meegenomen. Bij retourbouw kunnen reiniging, reparatie, transport en vervanging namelijk afwijken van de aannames voor nieuwbouw.

    Gebruik een EPD alleen als NMD-basis als de data passen binnen de Nederlandse Bepalingsmethode. Laat dit toetsen. Andere systeemgrenzen, rekenregels of levenscyclusscenario’s kunnen betekenen dat je de gegevens niet direct kunt toepassen.

    Noteer de kaartreferentie, versie, geldigheid en datacategorie in het rekendossier. Categorie 1 en 2 zijn getoetst; categorie 3 is generiek en niet-getoetst. Deze referentiegegevens vormen de basis voor de partijregistratie. Leg ze per partij vast, zodat de materiaalstroom later herleidbaar blijft.

    Documenten en materiaalregistratie

    Maak voor elke retourpartij één dossier. Zo houd je productdata, materiaalstroom en bewijs bij elkaar. Gebruik een uniek partij-ID en registreer productnaam, type, fabrikant, productieplaats, batchnummer, beoogd gebruik, technische gegevens, normen en veiligheidsinformatie. Bewaar de originele documenten en leg wijzigingen apart vast. Noteer bij certificaten het nummer, de uitgever, de geldigheid en eventuele toepassingsbeperkingen.

    De tabel laat zien welk bewijs je per systeem aan het partijdossier toevoegt.

    SysteemBenodigd bewijsWie levert het?Koppeling aan de partij
    KOMO-productcertificatieGeldig certificaat met producttype, technische eisen en toepassingsgebied, plus ondersteunende inspectierapporten.Fabrikant of certificaathouder; de certificatie-instelling controleert.Koppel product, productieplaats en certificaatstatus aan de partij. Registreer schade, wijzigingen en afwijkend gebruik.
    KOMO BRL 7010Percentages, berekeningswijze, samenstelling, recepten en productie- en inkoopregistraties voor de inhoudsclaim.Producent of certificaathouder.Koppel de claim aan de productie-inputs; een massabalans telt niet als bewijs. Bewaar relevante registraties volgens de aangehaalde versie minimaal zeven jaar.
    CE-markeringMarkering, prestatieverklaring of prestatie- en conformiteitsverklaring, technische documentatie en verwerkingsinstructies.Fabrikant; andere marktdeelnemers volgens hun wettelijke rol.Koppel producttype en batch aan het beoogde gebruik en de toepasselijke technische specificatie.
    EPD volgens EN 15804EPD als een milieuclaim of projectbeoordeling daarom vraagt.Fabrikant of declaratiehouder; verificatie binnen het EPD-programma.Koppel product, samenstelling en productieplaats aan de EPD. Registreer eenheid, referentielevensduur, modules en geldigheid.
    BREEAM-NLBewijsstukken volgens het gekozen schema, de versie en de nagestreefde credits.Projectteam; leveranciers leveren productbewijs.Koppel documenten aan de werkelijk toegepaste hoeveelheden, toepassingen en de beoogde credit.
    LEEDBewijsstukken volgens de gekozen versie en credits.Projectteam; leveranciers leveren productbewijs.Koppel partijgegevens aan de projectclaim en leg de toetsing aan de credit vast.
    Nationale MilieudatabaseOnderbouwing van gebruikte rekendata en projecthoeveelheden.Opsteller van de milieuprestatieberekening, met leveranciersgegevens.Koppel partij en toepassing via ontvangst- en leveringsbonnen aan de berekening.

    Naast deze bewijsstukken heeft elke retourpartij een vaste basisregistratie nodig.

    Ontvangstcheck per partij: noteer bron, leverancier, retourreden, ontvangstdatum, aantallen, afmetingen en gewicht. Leg ook conditie, verpakking, foto’s, gebreken, vocht- of vervuilingsschade, opslagduur en opslagcondities vast. Registreer reiniging, reparaties, tests, transport, overdracht, ontvanger en eindbestemming. Was het product eerder ingebouwd? Noteer dan ook de vorige locatie, leeftijd, het onderhoud en de demontagewijze.

    Houd de materiaalroute en de juridische afvalstatus apart. Registreer de voorgenomen route: direct hergebruik, hergebruik na reparatie, verwerking tot een nieuw product of recycling. Documenteer daarnaast de afvalstatusbeoordeling, ontvanger en bestemming. Gaat het om afval, volg dan de toepasselijke Nederlandse afvalregels.

    Leg vast welke regels je bij de partijbeoordeling hebt toegepast. De regels voor productstatus en documentplicht kunnen veranderen. Een inspectie helpt om de conditie te beoordelen, maar vervangt geen verplicht conformiteitsbewijs. Laat ontbrekende gegevens of veiligheidsrelevante reparaties beoordelen voordat het product in gebruik wordt genomen.

    Controleer nieuwe plichten aan de hand van de regels die gelden op 30 oktober 2026: Verordening (EU) 2024/3110, de overgangsbepalingen, actuele publicaties in het EU-Publicatieblad, productspecificaties en gedelegeerde handelingen. Presenteer een nieuw CE-traject of digitaal productpaspoort niet als standaardplicht voor elke retourpartij.

    Welke systemen passen bij welk materiaal?

    Deze matrix helpt je na de systeemvergelijking om per materiaalstroom het juiste bewijs te kiezen. De toepassing bepaalt welk bewijs nodig is, niet het label ‘retour’. Een ongebruikt product vraagt om een andere beoordeling dan een onderdeel dat al ingebouwd is geweest.

    Partij of projectsituatieBewijs met voorrangOndersteunende systemenWat moet nog worden gecontroleerd?
    Retourpartij voor direct hergebruikProductidentiteit, technische documentatie, conditierapport en gebruiksgeschiedenisKOMO/CE-documentatie; EPD bij milieudataSchade, reparaties, resterende prestaties, conformiteit en nieuwe toepassing
    Verpakt, ongebruikt overschotFabrikant, type, batch, verpakking en CE-/prestatieverklaring waar van toepassingKOMO; EPDProductversie, opslag, houdbaarheid en acceptatie in het bestek
    Gerecycled granulaatProductspecificatie, korrelopbouw, verontreinigingstests en productiecontroleKOMO; EPD/NMDUitloging, milieuhygiënische eisen, toepassing en eventuele einde-afvalstatus
    Claim over gerecyclede inhoud per massaOnderbouwd massapercentage, gekoppeld aan het productKOMO BRL 7010Rekenbasis, pre-/post-consumermateriaal en claimtekst
    BREEAM-NL-projectProductidentificatie, hoeveelheden en credit-specifieke bewijsstukkenEPD; NMD; hergebruikdossierSchemaversie, rekenmethode en assessortoets
    LEED-projectProductidentificatie, hoeveelheden, facturen en projectberekeningEPD; inhoudsverklaring; hergebruikdossierCreditdefinities, projectgrenzen, dubbeltelling en review

    Let daarbij op het verschil tussen verwerkt materiaal en een gebruikt exemplaar. Bij gecertificeerd verwerkt materiaal gaat de toets over productie en samenstelling. Bij een gebruikt exemplaar gaat het om conditie en gebruiksgeschiedenis. Hergebruik is dus niet hetzelfde als gerecyclede inhoud.

    Systeem of documentBelangrijkste voordeelBelangrijkste beperking
    KOMO-productcertificatieTechnische producttoetsGeen keuring van het retourproduct
    KOMO BRL 7010Onderbouwde inhoudsclaim.Geen conditiebewijs
    CE-markering en prestatieverklaringVastgelegde prestatiesGeen bewijs van huidige staat
    EPD volgens EN 15804MilieuvergelijkingGeen veiligheids- of inhoudsbewijs
    BREEAM-NLNederlandse projectbeoordelingSchema- en creditafhankelijk
    LEEDInternationale projectbeoordelingCreditspecifiek bewijs nodig
    Nationale MilieudatabaseNederlandse milieuberekeningPassende data en scenario’s nodig.
    InspectierapportConditie per exemplaarGeen volledig prestatiebewijs

    De geschiktheid van de partij blijft leidend. Laat bij BREEAM-NL en LEED vóór aankoop toetsen welk bewijs meetelt. Een document levert niet automatisch een credit op.

    Bij inkoop via Retoertje.nl telt de inspectie-uitkomst mee, maar die vervangt geen conformiteitsbewijs. Houd daarom deze volgorde aan: bewijs eerst, inspectie daarna, credit pas daarna.

    Conclusie: koppel het bewijs aan de toepassing

    Na de vergelijking staat één vraag centraal: welk bewijs hoort bij deze partij? Maak per partij één dossier met de productidentiteit, herkomst, conditie en het beoogde gebruik. Koppel elk relevant bewijsstuk aan het exacte product en de juiste toepassing. Houd technisch bewijs, milieuclaims en de projectscore apart.

    Gebruik voor Nederlandse milieuberekeningen alleen NMD-data die aansluiten bij de partij, functie en rekenmethode. Laat vervolgens per BREEAM-NL- of LEED-versie vaststellen welke bewijsstukken meetellen.

    Bij direct hergebruik zijn ook inspecties en materiaalstroomregistraties nodig. Leg de route van de partij vast: van demontage en opslag tot herstel en bestemming. Noteer vóór installatie welke gegevens ontbreken, wie deze controleert en of er testen nodig zijn.

    Geef elke partij één status: direct hergebruik, hergebruik na herstel of testen, alleen als grondstof bruikbaar, of onvoldoende gedocumenteerd.

    FAQs

    Wie is aansprakelijk als retourmateriaal gebreken vertoont?

    Aansprakelijkheid bij gebreken is vaak lastig te bepalen. De huidige regels sluiten namelijk niet altijd aan op circulaire modellen. Leg daarom vooraf vast wie de keuring uitvoert, wie na de overdracht aansprakelijk blijft en hoe eventuele kosten worden verdeeld.

    Gestandaardiseerde keuringsprotocollen en digitale documentatie, zoals een materiaalpaspoort, geven inzicht in de staat en historie van het materiaal. Dat helpt om te bepalen wie aansprakelijk is.

    Wanneer loont aanvullend materiaalonderzoek?

    Aanvullend materiaalonderzoek is nodig als de visuele inspectie afwijkingen laat zien of als documentatie ontbreekt, onvolledig of onduidelijk is. Dat geldt vooral voor dragende constructies, isolatie, brandwerende toepassingen en vochtgevoelige onderdelen.

    Ook bij twijfel over schadelijke stoffen is onderzoek vereist. Denk aan asbest of loodverf in materialen van vóór 1990. Ontbreken keurmerken of uniforme standaarden? Dan kan een gespecialiseerd laboratorium of bouwkundig expert vaststellen of het materiaal technisch geschikt is en aan de geldende normen voldoet.

    Hoe toon ik milieuwinst aan zonder productspecifieke EPD?

    Maak milieuwinst zichtbaar met inzicht in de keten en digitale productgegevens. Bij retour- en overstockproducten hebben productie en grondstofwinning al plaatsgevonden. De belangrijkste besparing zit daarom in hergebruik.

    Bewaar herkomstgegevens, aankoopbewijzen en certificeringen in een digitaal dossier. Leg de materiaalhistorie, technische staat en testrapportages vast in een Digitaal Productpaspoort.

    Inspecteer producten visueel en laat technische of dragende materialen keuren door een vakman. Vermeld op elke productpagina de staat van het product, de reden van retour en de geschatte CO₂-besparing.

    Onze laatste artikelen

    Recente artikelen

    Vergelijk 0

    Voeg nog een product toe (max. 5)

    Start vergelijking

    Beter werkende site?

    Wij gebruiken cookies. Deze essentiële en functionele cookie zijn nodig om de goede werking van onze website te garanderen. Naast functionele cookies, zijn er ook analytische cookies voor statistische doeleinden en worden enkel geplaatst met uw toestemming. Lees meer over ons Cookiebeleid

    Ja graag!Liever nietManage cookies